Parijs van 1815 tot 1900

Onrust

De onrust van de Napoleontische periode, met zijn oorlogszuchtige patriottisme, verregaande sociale veranderingen en gewelddadige politiek, hield de rest van de negentiende eeuw aan.

De bevolking van Parijs, die tijdens de Revolutie bekend stond als radicaler en hartstochtelijker dan hun landgenoten in de provincie, bleef roepen om gelijkheid, democratie en rechten van de arbeider. De Revolutie van 1830 bracht ‘burgerkoning’ Louis-Philippe op de troon. De Revolutie van 1848 betekende het definitieve einde van de Franse monarchie en na de kortdurende Tweede Republiek stond er een nieuwe autoritaire, egoïstische heerser: de neef van Napoleon, Napoleon III. Hij gebruikte zijn macht om Parijs te verfraaien, vooral gedurende de stadsvernieuwing onder leiding van Baron Haussmann, toen een groot deel van Parijs werd herbouwd. Hetzelfde bleven de armoede van de arbeiders en het luxueuze hedonisme van de rijken en de oorlog. In 1871, tijdens het bloederige tijdperk van de Commune, begon Parijs zelfs een oorlog tegen de rest van Frankrijk. De eeuw begon met een oorlog tegen Pruisen, daarna werd Parijs gebombardeerd door de Pruisen en eindigde weer met oorlogsdreiging. Maar voor degenen met geld werd de stemming steeds feestelijker.

Het plan van Haussmann

Net zoals zijn oom, was Napoleon III dol op luxe en prestige. Samen met keizerin Eugénie, bewoog hij zich In Europese koninklijke kringen en werd zo het voorbeeld van de aristocratische manier van leven waartegen Parijs zo bloedig had gevochten. Tegelijkertijd had de keizer, net als Bonaparte, grootse plannen om het uiterlijk van zijn hoofdstad te verbeteren en hij gaf Baron Haussmann de opdracht tot een enorm stadsvernieuwmgsplan. Haussmann sloopte grote delen van de stad, waaronder bijna alles op het historische ile de la Cité en veegde daarbij overbevolkte en opstandige arbeiderswijken van de kaart. Op hun plaats bouwde hij brede, rechte boulevards, die straalsgewijs vanaf de Seine lopen. De arbeiders werden ondergebracht in de nieuwe wijken, ver van het hart van de stad.

22769504

Baron Haussmann herschiep grote delen van Parijs, waaronder de buurt rond de place d’Étoile

Het beleg van Parijs 

Dankzij de keizer en Haussmann was Parijs een van de mooiste en modernste steden van de wereld geworden. De preventieve oorlogsverklaring van Napoleon III aan Pruisen In 1870 was dan ook een klap voor de stad. De Fransen leden onmiddellijk een nederlaag en het land riep om het aftreden van Napoleon III. Later dat jaar werd de stad omsingeld door de Pruisen en begon het beleg van Parijs. Zes weken lang kwam er niets de stad in of uit; het was winter en hongerend en kou lijdend Parijs hield zich in leven door het eten van ratten, katten en zelfs dieren uit de dierentuin. In januari 1871 begon het bombardement en Frankrijk gaf zich over om te voorkomen dat Parijs vernietigd werd.

napoleon_iii

Napoleon III, die regeerde van 1848 tot 1870

De Commune

De Parijzenaars waren woedend over de Pruisische oorlog. Om het Parijse gepeupel te ontlopen, verhuisde de regering van de nieuwe, conservatieve Assemblée Nationale naar Versailles. In Parijs nam het volk het recht In eigen hand en vestigde in maart 1871 een anarchistisch-socialistische Commune, die alles wat tijdens de Revolutie bereikt was weer in wilde voeren. De Communards (fédérés) maakten zich meester van de wapens van de Nationale Garde en op straat werden hevige gevechten tegen de regeringstroepen gevoerd. Tijdens de Semaine Songlante (bloederige week) van 21 tot 28 mei, heroverde het leger op genadeloze wijze de macht. Belangrijke fédérés werden op het kerkhof Père Lachaise geëxecuteerd.

Een heilige in de rue du Bac

In 1830, terwijl  de opstand op zijn hevigst was, kreeg Catherine Laboure, een non in een klooster in de rue du Bac, drie visioenen van de Maagd Maria. Staande op een bol waar licht Uit straalde, gaf  Maria de opdracht een medaille te slaan, eenieder die hem droeg zou genade ontvangen. De leiders van de kerk stemden toe en de eerste medaille werd gemaakt in 1832. Maar de analfabete Catherine, die voor ze haar kloostergelofte aflegde, serveerster was geweest, bleef haar kleurloze leven leiden In het klooster, waar ze voor de kippen zorgde en portier was. Ze was gek genoeg niet erg geïnteresseerd in haar visioenen en haar oversten noemden haar onbelangrijk, koel en apathisch. Ze overleed In 1876.

Catherin2

Catherine Laboure

De cancan

In de jaren negentig van de 19e eeuw was Parijs de stad van plezier. Danseressen dansten de wilde uitdagende cancan in de Moulin Rouge (vereeuwigd op de litho’s van Henri de Toulouse-Lautrec). Het zou kunnen dat de dans zijn oorsprong vindt in het 16e-eeuwse Bretagne, waar vrouwen een soortgelijke dans opvoerden door hun jurken op te tillen en hun benen omhoog te gooien. Twee beroemde danseressen waren Jane Avril en La Goulue. Avril was slank en elegant, maar La Goulue, die gezet en aards was, werd de Slokop genoemd, omdat ze de neiging had de drankjes van de klanten op te drinken. Ze kwamen allebei aan een droevig einde, dronken, arm en vergeten, La Goulue verkocht zwavelstokjes in een Parijs park.

 

MoulinRouge