Parijs van 1900 tot 2000

De 20e eeuw

Een wrede eeuw naderde zijn einde en, ondanks de fin de siècle geest van frivoliteit en avant-garde kunst, zou de komende eeuw nog erger worden.

De twee wereldoorlogen waren de grootste ramp van de 20e eeuw. In de naoorlogse jaren groeide de bevolking van Parijs even snel als de welvaart, de stad breidde zich uit en er ontstonden nieuwe buitenwijken. Parijs ging zich weer bezighouden met luxe en mode, geraffineerd vermaak, lekker eten en lekkere wijn, avant-garde kunst, literatuur en nu ook film. Dit werd alleen kort onderbroken door het oproer van mei 1968, een herinnering aan het feit dat Parijs nog steeds in staat was tot revolutionaire politiek. De stad blonk nog steeds uit in architectuur en stadsontwikkeling op een napoleontische schaal indrukwekkende moderne gebouwen en stadsvernieuwing op grote schaal, zoals Mitterrands Grands Projets, maken dat Parijs nog steeds een van de geweldigste steden van de wereld is.

Le Sacre du Printemps

De première van het ballet Le Socre du Printemps in mei 1913 was een echt schandaal in Parijs. De wilde muziek van Strawinsky en de nog wildere choreografie van Nijinsky werden geëvenaard door de rel die uitbrak onder het publiek. Het boegeroep was zo luid dat Nijinsky in de coulissen het ritme moest schreeuwen, omdat zijn dansers de muziek niet meer konden horen. Toen ze werd bedreigd door een opgewonden jongeman die van nieuwe kunst hield, riep de Comtesse de Pourtalès, met scheefgezakte tiara, dat nog nooit iemand haar belachelijk had durven maken. De eigenaar van het theater, Gabriel Astruc, leunde uit zijn loge en schreeuwde het publiek toe: ‘Eerst luisteren en dan pas boe roepen!’

Stad van kunst en literatuur 

Grote groepen jonge kunstenaars kwamen samen in café Le Consulat, op een hoek in Montmartre, en in A La Bonne Franquette aan de overkant van de straat. De reputatie van Parijs aan het begin van de eeuw was zo goed dat kunstenaars als Pablo Picasso, Georges Braque en Marc Chagall hier kwamen wonen. Picasso, die in 1904 naar Parijs verhuisde, haalde niet alleen inspiratie uit de mensen, de straten en de cafés van Montmartre, hij zocht een vindingrijkere beeldtaal en ontwikkelde, samen met Braque, het kubisme. In het Interbellum kwamen veel Franse en buitenlandse schrijvers zich onderdompelen in Parijs, onder hen bevonden zich Gertrude Stein, Ernest Hemingway, Ezra Pound and Henry Milier.

Bezetting en bevrijding 

Duitse troepen en tanks marcheerden hooghartig over de Champs Ëlysées. nazi-Duitsland viel Frankrijk in 1940 binnen en een maand later werd Parijs bezet. Veel Parijzenaars sloegen op de vlucht en de regering vertrok naar Vichy.
Er werd veel verzet geboden, maar er werd ook gecollaboreerd.
In juli 1942 werden 13.000 joden samengedreven en gedeporteerd naar concentratiekampen. Dit betekende een keerpunt en de zwijgende meerderheid begon een verzetsbeweging.
In 1944 vierden duizenden mensen langs de Charnps-Élysées de bevrijding. Zonder veel moeite trok verzetspoliticus Charles de Gaulle de macht naar zich toe.
Naar Parijs

Mei 1968

In mei 1968 brak een algemene staking uit over gans Frankrijk. Ook in andere landen waren er grootschalige protesten. Al snel namen de gebeurtenissen bijna revolutionaire vormen aan, tot het protest uiteindelijk uitstierf na onderdrukking door de overheid. De manifestaties waren uniek omdat ze niet uitgingen van een bepaalde bevolkingsgroep, maar omdat ze ethiek, cultuur, klasse en leeftijd overstegen. Het begon als een reeks studentenstakingen die uitbraken aan een aantal universiteiten en middelbare scholen in Parijs. Nadat de regering van Charles de Gaulle probeerde de stakingen neer te slaan met politiegeweld, ontvlamde de toestand nog verder, met straatgevechten tegen de politie in het Quartier Latin, gevolgd door een algemene staking van de studenten en tien miljoen arbeiders in gans Frankrijk, ongeveer twee derde van de Franse arbeidersbevolking. De protesten bereikten het punt dat de Gaulle een militair hoofdkwartier oprichtte om de onlusten te bestrijden, en dat hij het parlement ontbond en verkiezingen uitschreef voor 23 juni 1968.De regering was dicht bij de volledige ineenstorting, maar de revolutionaire situatie verdween even snel als ze gekomen was. De arbeiders gingen weer aan het werk en de Gaullisten kwamen sterker uit de verkiezingen. Veel manifestanten waren aanhangers van linkse bewegingen, communisme en anarchisme. Velen zagen een gelegenheid om de “gevestigde maatschappij” door elkaar te schudden in allerlei opzichten, zoals op het gebied van onderwijsmethoden en het propageren van de vrije liefde. Een kleine minderheid was extreem-rechts, de overgrote meerderheid extreem-links.

de_gaulle_5

Charles de Gaulle 1890 – 1970

 

De Grands Projets van Mitterrand

Toen Mitterrand de eerste socialistische president van de Vijfde Republiek werd, koesterde hij grootse ambities om de hoofdstad te verfraaien. Een ervan is de gigantische Grande Arche in de zakenwijk La Défense, die het einde vormt van de denkbeeldige lijn die dwars door de stad van de Arc de Triomphe naar het Louvre loopt. Het Louvre werd opgesierd met de glazen piramide en de Opéra Bastille, een enorm cultureel centrum, verscheen in de arbeiderswijk Bastille. Andere projecten van Mitterrand zijn de renovatie van de voormalige rivierhaven in Bercy, het gebouw van het Institut du Monde Arabe en de nieuwe Bibliothèque Nationale.

Mitterrand_4_2

François  Mitterrand president van Frankrijk van 1981 tot 1995.