Bouwgeschiedenis van het Kasteel

van Jachtslot tot werelderfgoed”

Het “kleine kaartenslot” van Lodewijk XIII

180px-Lodewijk_XIII

In het begin van de 17de eeuw was Versailles een boerendorp met een klein jachtslot. Lodewijk XIII liet er in 1624, aangetrokken door de jacht, een jachtslot optrekken.

Het kleine kasteel was, in de heersende stijl, opgetrokken in rode baksteen en gele natuursteen. Aan de voorzijde waren 2 zijvleugels. Het kasteel telde toen 26 zalen en de tuin mat ruim 50 hectare; de bescheiden kostprijs was ruim 10.000 Livres. In 1632 liet Lodewijk XIII het uitbreiden; de kostprijs steeg gestaag naar 250.000 Livres waarvan 40.000 bestemd waren voor de tuin. Lodewijk XIII verbleef hier vaak en liet de regering over aan Kardinaal de Richelieu. In deze tijd was Versailles nog een rustig kasteeltje met een bescheiden hofhouding; de Hertog d’Enghien schrijft hierover: “Hier zijn bijna geen vrouwen en weinig mannen…” Een dubbelzinnige toespeling op Lodewijk’s voorliefde voor knappe jongens.

Bouwgeschiedenis van het Kasteel van Versailles

450px-Versailles_bouwcampagnes

                      Bouwgeschiedenis van Versailles

 

250px-Palace_of_Versailles

     Het kasteel in de 17de eeuw

Lodewijk XIV; Louis le Grand

Na de dood van Lodewijk XIII werd het Kasteel een tijdje verlaten. Zijn zoon en opvolger, Lodewijk XIV was dertien jaar toen hij kennis maakte met het jachtslot van zijn vader. De vorst wilde zijn intrek in Versailles nemen, maar stuitte hierbij op verzet van zijn politiek adviseurs, Mazarin, Colbert en Kanselier Séguier. Dat bleef zo totdat Lodewijk XIV de politieke macht naar zich toetrok. Nadat Kardinaal de Mazarin in 1661 was overleden erfde de jonge Lodewijk niet alleen diens enorme vermogen, hij erfde ook een zin voor kunst en esthethiek, de Italiaanse smaak die Europa beheerste.

De jonge Lodewijk XIV was, net als zijn vader, een liefhebber van de jacht; een nieuw verblijf op enige kilometers van het drukke Louvre was dan ook een ideaal verblijf voor Lodewijk die Parijs verafschuwde. De koning was daar in zijn jeugd geconfronteerd met de “fronde”, een opstand van de adel en de stad Parijs tegen het regime van Kardinaal Mazarin. Lodewijk liet tussen 1661 en 1681 de eerste vergrotingswerken uitvoeren. Daarmee gaf hij het startsignaal voor een megalomaan project waaraan de Franse koningen tot in de 19de eeuw zouden blijven bouwen.

De eerste bouwfase onder Lodewijk XIV

180px-LouisXIV

Koning Lodewijk XIV
180px-Ballet_versailles

Een toneelvoorstelling op het marmeren voorhof. Het centrale paviljoen heeft hier nog maar twee verdiepingen.
180px-Versailles_zicht_op_de_Ecuries

Het ereplein met de stallen na de dood van de zonnekoning.

180px-Versailles-Chateau-FacadeJardin

De tuinzijde van het kasteel werd in één stijl gebouwd tussen 1680 en 1700.
180px-Versailles_Chapel_-_July_2006_edit

De kapel gezien vanuit de Koninklijke Loge

De architecten drongen er op aan het kleine jachtslot te slopen, zodat zij vrij hun gang konden gaan. Alleen dan kon een harmonieus en doelmatig ingedeelde residentie worden gebouwd, naar de modernste opvattingen uit die tijd. Lodewijk wees dit voorstel resoluut af. De pogingen om een groot en luisterrijk paleis te combineren met de bouwkundige kern die uiteindelijk niet meer dan een jachtslotje is, hebben de architecten van het kasteel zeer gehinderd. Lodewijk kwam 1665 wekelijks de werken inspecteren vanuit Saint-Germain-en-Laye, hij wandelde dan door de tuin en hing een paar schilderijen op.

Aan de tuinzijde van het kasteeltje werd een uitgebreide uitbouw, de zogenaamde “enveloppe”, een reeks grote vertrekken, gebouwd. In de zomers van de jaren ’60 liet de nog jonge koning een reeks schitterende feesten, met carrousels, balletvoorstellingen, gemaskerde bals en vuurwerk, houden in het park van Versailles. Het voorplein, de “Cour d’Honneur”, leende zich uitstekend als toneeldécor. De koning trad zèlf op in de baletvoorstellingen en stelde dan Apollo, de zonnegod voor. Aan deze feesten dankt Lodewijk zijn bijnaam van “zonnekoning” en het motief van de zon of Apollo werd overal in het huis en in de tuinen herhaald. Men schat dat er in deze periode ongeveer 300 hovelingen waren.

De tweede bouwfase onder Lodewijk XIV

Het kleine jachtslot werd dus de kern van een reusachtig bouwwerk en dat had consequenties voor de indeling van het paleis. Er is geen logische volgorde in de zalen en de ramen zitten vaak op de verkeerde plaatsen. Het ontbrak en ontbreekt het paleis ook aan representatieve en logisch aangebrachte trappen. Versailles kende lange tijd ook geen balzaal, geen eetzaal en geen vaste kapel.

Colbert schreef in 1670 in een memorandum aan zijn koning dat “alles wat in Versailles gebouwd wordt lapwerk is omdat de koning grillige opdrachten geeft en er geen visie aan de plannen ten grondslag ligt”. De eigenzinnige koning trok zich de kritiek niet aan en liet een deel van de eerste bouwfase weer slopen. Aan de campagne van na 1670 danken we de spiegelzaal, die de plaats van een groot marmeren terras innam, en de grote zijvleugels.

Het nageslacht kan in de gevel van Versailles een stijlkaart van de Franse bouwkunst zien. De kenmerkende bouwstijl van de vroege 17e eeuw, de late 17e eeuw en die van het midden van de 18e eeuw zien we, dankzij de beslissing van de Zonnekoning om de kern van het oude kasteel te bewaren, op de gevels langs het erehof naast elkaar.

Het kleine slot lag op een heuvel boven een drassig gebied. Het uitbreiden van het kasteel en de aanleg van tuinen met werkende fonteinen was daarom een grote, en kostbare, uitdaging. Er was geen water voor de fonteinen en de grond was ongeschikt voor tuinaanleg. Het kasteel lag op een plateau 162 meter boven het niveau van de Seine en in de omgeving was weinig water te vinden. Om de tuinen van water dat onder voldoende druk stond te voorzien liet Lodewijk met de “Machine de Marly”, een ingewikkeld raderwerk, water uit de Seine oppompen. Grote aquaducten brachten het water naar Versailles, maar het resultaat was onbevredigend. Tijdens de regering van de Zonnekoning konden niet alle fonteinen tegelijk werken en was het water groenig, troebel en onwelriekend.

Het kasteel kostte fortuinen, maar zorgde ook voor grote werkgelegenheid; bij de bouw waren duizenden arbeiders te werk gesteld. Lodewijk, die als absoluut monarch geen verschil maakte tussen de staatskas en zijn eigen financiën, besteedde ongeveer 6 procent van de totale staatsuitgaven aan Versailles. De precieze kosten bedroegen 80 miloen livres. Daarbij waren ook de zeer kostbare waterwerken inbegrepen. De inzet van mankracht was indrukwekkend; in sommige jaren werkten 22000 arbeiders aan de bouw en vooral aan de kanalen en aquaducten. In de 20 jaar tussen 1664 en 1684 stierven 227 mensen tijdens ongelukken op de bouwterreinen. Dat aantal én de kosten van Versailles zijn steeds enorm overdreven door de politieke tegenstanders van de koning. Voltaire schreef zelfs dat de bouw 500 miljoen livres had gekost. Tijdens de revolutie sprak Mirabeau van 1200 miljoen. Madame de Sévigné schreef in een vaak aangehaalde brief aan haar dochter dat er “elke nacht karrevrachten lijken worden afgevoerd”.

In het grote park bouwde Lodewijk een lustpaviljoen dat het “Trianon de Porcelaine” werd genoemd. Dit barokke gebouwtje in quasi Chinese stijl (niemand in Europa wist immers hoe China er eigenlijk uitzag) was al gauw bouwvallig en werd vervangen door het Grote Trianon dat ook wel “Trianon de Marbre”, het “marmeren Trianon” werd genoemd.

Bouwvalligheid was een probleem waar Versailles veel mee te kampen had en heeft. De koning liet steeds weer nieuwe zalen, paviljoens en andere werken uitvoeren en trok daarvoor zo weinig tijd uit dat de mortel niet droog kon worden voordat de lambriseringen en het stucwerk werden aangebracht.

Vanaf 6 mei 1682 is het kleine Versailles regeringscentrum en de eerste stad van Frankrijk voor Parijs.

Versailles in de laatste jaren van de Zonnekoning

Aan het einde van zijn lange regeringsperiode leek de zonnekoning uitgekeken op Versailles, een kasteel dat immers bevolkt werd door herinneringen van zijn jeugd. De enorme uitbreidingen zorgden ervoor dat de grootste charme, de intimiteit en betrekkelijke informaliteit van het geërfde kasteeltje, verloren waren gegaan. Lodewijk trok zich meer en meer terug in de Trianons en in het Kasteel van Marly. Daar heerste een veel minder streng protocol en kon de oude man zich aan de blikken van de vele hovelingen en bezoekers onttrekken.

Direct na het overlijden van Lodewijk is de vergulde klok boven zijn slaapvertrek op de voorgevel van Versailles stilgezet. Nog altijd geeft de klok dit tijdstip weer. Op deze wijze symboliseert de klok, met het uiterlijk van een zon, het einde van (de tijd van) de zonnekoning.

De Zwanenzang van Lodewijk XIV; de kapel

De grote kapel, opvolger van diverse tijdelijke kapellen elders in het slot, was het laatste grote bouwproject van de Zonnekoning. De kapel is op zich bijzonder fraai maar het hoge dak verstoort de eenheid van de gebouwen en werd daarom sterk bekritiseerd.

De aan de Heilige Lodewijk gewijde kapel stamt uit de laatste grote bouwcampagne van Lodewijk XIV. De Kapel bestaat uit 2 verdiepingen en is volledig uit wit marmer opgetrokken. Ze werd gebouwd door Jules Hardouin-Mansart in 1689. Godsdienst was belangrijk in Versailles. De Koning zelf was streng katholiek en moest, zo meende hij, alleen aan God verantwoording afleggen (Droit Dévin). Om de band tussen de God en koning te benadrukken bracht het hof dagelijks vele uren in de kapel door. Het Hoofdaltaar is versierd met 2 Engelen die de Heilige Geest vereren. Deze verering van de Heilige Geest was belangrijk in het Ancien Régime; de kapel was ook de kapel van de Ordre du Saint-Esprit. De koninklijke loge is gelegen op de eerste verdieping recht tegenover het Hoogaltaar, symbolisch voor de Confrontatie tussen God en de Vorst. De hovelingen keken tijdens de mis naar de Koning en alleen de koning en zijn familieleden keken naar het hoofdaltaar. Boven het Hoogaltaar staat een prachtig orgel, uitgevoerd in Frans-Barokke stijl. Het plafond (25 m hoog) is schitterend versierd met fresco’s, die de Goddelijke Almacht voorstellen. Aan de buitenkant is de Kapel versierd met beeldhouwwerk. Op het dak staan grote sculpturen van heiligen. Het dak is versierd met loden ornamenten. Een groot aantal van de beeldhouwwerken en sculpturen werd vervaardigd door Robert de Cotte.Lodewijk XV

180px-Lodewijk_XV-Kroningsgewaad

Koning Lodewijk XV

180px-Lodewijk_XVI-Kroningsgewaad

Koning Lodewijk XVI

Lodewijk XV betrok het kasteel van zijn overgrootvader pas toen hij de regering op zich nam. Omdat deze man liefst een teruggetrokken leven wilde leiden was het bewonen van het reusachtige slot, waar je je moeilijk kon afzonderen, voor hem een zware last. De koning liet zich wel in de officiële slaapkamer naar bed brengen en zich ceremonieel “wekken” en aankleden, maar in werkelijkheid bracht hij de avond door in kleine achteraf gelegen vertrekken en sliep hij ook in een andere, kleinere, slaapkamer. Om het aantal privé vertrekken te kunnen vergroten werd de schitterende “trap van de ambassadeurs” afgebroken. Op de zolderverdieping ontstonden prachtige, intieme, vertrekken voor de koninklijke maîtresses: de dames Pompadour en Du Barry. ‘s Konings ongetrouwde dochters en de dauphins bewoonden de benedenverdieping van het centrale paviljoen. Daarvoor werden de grote badkamers van de Zonnekoning gesloopt.

De grote architect Gabriel ontwierp de opera in de rechtervleugel. Een ruimte die ook als balzaal dienst kan doen en bij het huwelijk van Marie Antoinette en ‘s konings kleinzoon en opvolger werd ingewijd.

Aan het eind van zijn regering bouwde Lodewijk XV nog het kleine Trianon, maar dat kwam tijdens zijn leven niet meer gereed.

Lodewijk XVI

Ook voor de verlegen en tamelijk onbeduidende Lodewijk XVI was het kasteel zoiets als een veel te grote jas. De koning bewoonde het kasteel wel maar de sterk bijziende en weinig imponerende koning onttrok zich zoveel mogelijk aan het hofceremonieel. Lodewijk XVI liet in 1780 een begin maken met het vervangen van de gevel aan de stadskant. Het ontwerp in classicistische stijl was van de hand van de bekende architect Gabriel. Frankrijk’s financiën leden zwaar onder de kosten van de 7-jarige oorlog en de Franse steun aan de Amerikaanse revolutie. De nieuwe gevels aan de stadszijde werden daarom nooit afgebouwd. Daaraan danken we het dat de unieke blik op gevels uit drie regeringen en evenzoveel stijlperioden langs het marmeren voorhof behouden bleef. Voor zijn koningin Marie Antoinette liet Lodewijk XVI in het park van het Trianon een speels en romantisch “dorpje” het “Hameau de la Reine” bouwen. De kosten van deze bouwwerken werden in de Franse samenleving enorm overdreven en zwaar bekritiseerd. De koningin werd alom gehaat en verantwoordelijk gehouden voor de hoge belastingen.

De koning resideerde in Versailles tot op 6 oktober 1789 een grote menigte ‘s nachts onverwacht het paleis bestormde en daarbij een aantal dappere lijfwachten doodde. De gehate koningin Marie Antoinette kon zich ternauwernood in de vertrekken van haar man in veiligheid brengen. Later die dag werd de koninklijke familie gedwongen om naar Parijs te vertrekken. Het Kasteel werd niet geplunderd maar het werd een tijdlang onbewoond, maar goed beheerd, achtergelaten. Het Kasteel van Marly onderging een ander lot, het lievelingskasteel van Lodewijk XIV werd tot fabriek omgebouwd en zou de Revolutie niet overleven.

De Franse revolutie, het einde van het Ancien Régime

Na het uitroepen van de republiek liet de Franse Conventie krachtens een wet van 19 juni 1792 de inhoud van het slot inventariseren en grotendeels veilen. Een deel van de schitterende meubels en de schitterende schilderijencollectie, waaronder de Mona Lisa, werd naar het nieuwe museum in het Louvre gebracht.

Hyacinthe Richaud, burgemeester van Versailles, redde het kasteel door de Conventie te wijzen op het belang van het gebouw voor de gemeente Versailles en de vele mogelijkheden die er waren voor het gebruik van het enorme gebouwencomplex. De op 22 oktober 1792 begonnen, maanden durende, veiling verspreidde de rest van de inventaris van het kasteel over heel Europa. Boeken en wetenschappelijke instrumenten werden niet verkocht maar veel kostbare meubelstukken werden gekocht door de Engelse koninklijke familie en Britse edelen. In 1793 werden in het gebouw een museum en een conservatorium geopend. Het gebouw maakte een verzorgde, maar troosteloos lege, indruk op de schaarse bezoekers.

Keizer Napoleon I

180px-Napoleon_;_keizer_der_Fransen

Napoleon; Keizer der Fransen
180px-Karel_X-Koning_der_Fransen

Karel X; Koning der Fransen

180px-Louis-Philippe_de_Bourbon

Louis-Philippe; in de Gallerij der Veldslagen

Na zijn kroning tot keizer der Fransen in 1805 overwoog Napoleon om zijn intrek in het kasteel te nemen. Hij liet door de architect Fontaine in 1810 plannen maken voor een zeer ingrijpende verbouwing van het kasteel. In de plannen waren een koepel en zuilengalerijen voorzien, alle gevels zouden in een eentonige strakke stijl zijn verbouwd. Napoleon, die op Sint-Helena tegen Las Cazes verklaarde dat hij een hekel aan het kasteel had, was, volgens eigen zeggen, ook van plan geweest om alle “smakeloze beelden van nimfen” en de vele bloemperken uit de tuinen te verwijderen om daar reusachtige beeldengroepen en reliëfs van al zijn veldslagen te laten plaatsen.

De keizer verbleef wel geregeld in het kleinere en makkelijk te meubileren Grote Trianon. Van de 50 miljoen Livres die zijn architecten voor het herstel van Versailles vroegen werd uiteindelijk niet meer dan 8 miljoen uitgegeven. Het keizerrijk had veel geld nodig voor de steeds aanhoudende oorlogen tegen Engeland en zijn bondgenoten. Het kasteel bleef behouden, maar er veranderde door het gebrek aan fondsen uiteindelijk niets. De keizer spendeerde wel veel geld aan Malmaison en het kasteel van Laken.

De Restauratie van de Bourbons

Het lege kasteel was voor de koningen van de restauratie, Lodewijk XVIII en zijn broer Karel X, een probleem. Zij geven er geen nieuwe bestemming aan en een halfslachtige poging om de koninklijke slaapkamer in zijn oude glorie te herstellen mislukte in veler ogen omdat men onvoldoende oog had voor kwaliteit en details. De door Gabriel begonnen vernieuwing van de gevels aan de stadskant werden gedeeltelijk afgerond want veertig jaar na het Noordelijke paviljoen werd nu ook het zuidelijke paviljoen van het corps-de-logis, het hart van het kasteel, in classicistische stijl herbouwd.

Louis Philippe; “A toutes les Gloires de la France”

Tijdens de regering van de liberale Louis Philippe; werd duidelijk dat Versailles geen residentie meer zou zijn. De Burgerkoning liet, volgens de smaak van zijn tijd, een enorm museum binnen de muren van het bestaande gebouw optrekken. Lodewijk Philips probeerde de tegenstellingen in de Franse maatschappij te verzoenen door de geschiedenis van de middeleeuwen, de kruistochten, de koningen, de revolutie èn het keizerrijk in het gebouw te tonen.

Op de voorgevels van de twee uitstekende paviljoens verschijnt het devies “A toutes les Gloires de la France” (Nederlands: “Aan alle glorie van Frankrijk gewijd”). De middeleeuwen, de revolutie, het empire en het Ancien Régime werden hierdoor onder een noemer gebracht. Zalenreeksen werden gewijd aan de kruistochten en in de zuidelijke vleugel die eerder de koninklijke prinsen in schitterende appartementen huisvestte werd een grote “galerij van de veldslagen” ingericht. De prachtige houten lambriseringen werden elders in het paleis opgeslagen.

Het gietijzeren plafond van deze zaal waarin men naast de triomfen van de Franse koningen uitzonderlijk grote schilderijen van de veldslagen van de revolutionaire en Napoleontische oorlogen toont was een revolutionaire doorbraak in de architectuur. Omdat men nog aan deze revolutionaire bouwwijze en het nieuwe materiaal moest wennen werd de constructie met veel stuc en verguldsel gecamoufleerd. Ook elders in het paleis werd veel gebroken en gesloopt. De binnenplaatsen in de koninklijke appartementen werden vervangen door trappenhuizen en er werden enorme galerijen aangelegd. De grote voorhof aan de stadskant werd verminkt door het verwijderen van de marmeren bestrating en het verlagen van het vloerniveau. Verder kwamen er veel standbeelden en werden de hekken tussen het binnenhof van de koning en het grote voorplein verwijderd.

Als volgende grote stap richtte de koning in een vleugel het Musée de l’Histoire de France op; 3000 schilderijen werden door hem besteld bij Franse schilders, waaronder Eugène Delacroix. Daarnaast werden ook oudere objecten verzameld en geëxposeerd in de grote galerijen van het kasteel(ruim 18 000 m²). De collectie bestaat nog steeds en bevat een magnifieke verzameling portretten van 17e en 18e eeuwse hovelingen en kunstenaars. De spoorlijn Versailles – Parijs ontsloot in 1840 de tuinen voor het eerst voor de duizenden Parijzenaars. Diezelfde stoomkracht maakte voor het eerst mogelijk dat de fonteinen werkelijk klaterden en een zondagmiddag in het slotpark werd een populair “uitje” voor de burgers van Parijs.

Het kasteel aan het einde van de 19e eeuw

De revoluties van 1830 en 1848 ging ongemerkt aan het gebouw voorbij maar in 1870 werd het kasteel door Pruisische troepen bezet. Zij brachten geen grote vernielingen aan, maar stookten de kachels met de schitterende, bewaard gebleven wandbetimmeringen van de vertrekken van de prinsen. De Pruisische Koning werd in de spiegelzaal uitgeroepen tot Keizer van Duitsland.

Na de vrede met Duitsland zetelde de Franse regering in het kasteel. Het parlement vergaderde in de balzaal, de grote galerij van de veldslagen was een postkantoor en de rest van het gebouw werd als veld lazeret gebruikt want in Frankrijk was een burgeroorlog uitgebroken tussen twee regeringen, de “Commune” in Parijs en het reactionaire regime dat kortweg “Versailles” werd genoemd.

Rond 1900 werd, als gevolg van veranderde inzichten in museumbeleid en onder invloed van het moderne conserverende en reconstruerende monumentenzorg, een nieuwe weg ingeslagen; het paleis van de Zonnekoning werd langzaam maar zeker door de nieuwe conservator Pierre de Nolhac gereconstrueerd. Het museum van de burgerkoning werd daarvoor, overal waar dat nodig was, weer ontmanteld. De honderden beelden van belangrijke Fransen die de Burgerkoning rond het slot had laten plaatsen rusten sindsdien in de kelders van het kasteel. In 1918 werd in Versailles een vredesconferentie gehouden. Duitsland werd gedwongen om in de Spiegelzaal een vernederende vrede te sluiten. In de galerij van het Grote Trianon sloten de geallieerden in 1919 vrede met Hongarije.

Versailles in de 20e eeuw

De Restauraties werden na de Tweede Wereldoorlog energiek opgepakt door de nieuwe conservator Gerald van der Kemp. De heer en mevrouw van der Kemp zagen in dat het verweesde slot machtige vrienden en mecenassen nodig had. Met exclusieve diners en ontvangsten bewogen de van der Kemps, die in het kasteel de appartementen van minister Colbert bewoonden , rijke Amerikaanse zakenlieden zoals leden van de familie Rockefeller om meubels, schilderijen en geld aan Versailles te schenken.

Generaal de Gaulle, als altijd trots op “zijn” Frankrijk , steunde de restauraties en verbouwde twee vleugels van het grote Trianon tot zomerresidentie en gastenverblijf van de regering. Twee hoogtepunten van de restauraties zijn het opnieuw inrichten van de slaapkamer van Lodewijk XIV en de reconstructie van de appartementen van de dochters van Lodewijk XV. Ten behoeve van de enorme, nauwelijks te beheersen, stroom bezoekers werd in de koninginnevleugel een nieuw trappenhuis, naar een oud maar nooit voltooid ontwerp, gebouwd.

Gerald van der Kemp wist het ministerie van defensie er in 1990 toe te brengen om de grote en kleine stallen te verlaten. De opzienbarende gebouwen waren door het leger verwaarloosd en konden pas na uitgebreide restauraties weer een collectie rijtuigen en een rijschool huisvesten.

Het Franse parlement vergaderde, wanneer er belangrijke besluiten zoals grondwetsherzieningen moesten worden genomen, zo nu en dan in het kasteel van Versailles.

De toekomst van het Kasteel

In de 20e eeuw kon verder worden gewerkt aan een nieuwe inrichting van het museum. De door Pierre de Nolhac ingeslagen koers wordt daarbij aangehouden. Uiteraard worden de museumconservatoren geconfronteerd met andere problemen dan in de 19de eeuw. De aandacht wordt vooral aan restauratie besteed zodat dit 17de-eeuws Kasteel nog vele eeuwen met zijn glorie kan pronken. Daarnaast zijn specialisten al decennia lang de wereld aan het afzoeken naar historische stukken die ooit in het Kasteel verbleven. Nog steeds zijn meubels met het brandmerk van Versailles in de antiekhandel zeer gezocht. De Vrienden van Versailles zetten zich in om dit in 1793 verdwenen meubilair op te sporen.

Er valt nog veel te herstellen; het verlagen van de vloeren op het erehof en het weghalen van de hekken die dat hof ooit in drie gedeelten scheidde heeft het paleis ernstig verminkt. Ook het 17de-eeuws ruiterstandbeeld van Lodewijk XIV, gegoten door François Girardon, heeft op dat plein niets te zoeken. Versailles restaureerde in 2000 de spiegelzaal maar ook het opnieuw aanbrengen van een marmeren vloer en vergulde hekken op het voorplein en het opnieuw vergulden van daklijsten en goten stonden op het verlanglijstje van de conservatoren. Op 30 october 2003 presenteerde de Franse minister van Cultuur, Jean-Jacques Aillagon, het project “Grand Versailles” na de uitbreiding van het Louvre kreeg nu Versailles nieuwe ingangen, restauraties en voorzieningen. In een kostbare restauratie wordt het voorplein hersteld in de staat van 1789 en worden ook de tuinen opnieuw beplant  Het programma kost 135 000 000 euro.

google_street_view_logo

icon-car.pngKML-LogoFullscreen-LogoQR-code-logoGeoJSON-LogoGeoRSS-LogoWikitude-Logo
Château de Versailles

loading map - please wait...

Château de Versailles 48.804865, 2.120355