Cathédrale Notre-Dame

In het hart van Parijs is de Notre-Dame getuige geweest van alle belangrijke gebeurtenissen uit de geschiedenis van de stad en vaak ook van de natie … Als bron van inspiratie voor schrijvers en kunstenaars door de eeuwen heen is ze nog steeds een mythische plaats, die de Parijzenaars in hun hart hebben gesloten …

Naam

Uiteraard is het een eerbetoon aan de Moeder Gods. De kathedraal is overigens gebouwd op de grondvesten van een romaanse kerk, gewijd aan Onze-Lieve-Vrouwe die Clovis liet optrekken als dank voor de genezing van zijn zoon Childebert.

Mensen

Miljoenen (al dan niet) gelovigen, vroeger pelgrims, nu toeristen, willen deel uitmaken van de gewijde sfeer en het geroezemoes op deze plaats. Een van hen, toneelschrijver en dichter Paul Claudel (1868-1955), vond er het geloof op kerstdag 1886, aan de voet van een zuil…

Geschiedenis

Bouw – Al twintig eeuwen lang worden hier erediensten gehouden: in een Gallo-Romeinse tempel, een christelijke basiliek en een romaanse kerk en uiteindelijk de huidige Notre-Dame.
Drie eeuwen van opgravingen hebben aangetoond dat er een eerste Merovingische basiliek gewijd aan de H. Stefanus stond, in het westen, onder de huidige eerste traveeën van de kathedraal .
Omstreeks 1163 liet Maurice de Sully de bouw van de kathedraal starten. Dat werd mogelijk dankzij kerkelijke inkomsten en koninklijke giften, maar ook het vakmanschap en de toewijding van de gewone man: gedreven steenhouwers, timmerlieden, smeden, beeldhouwers en glazeniers werkten in de 13de eeuw onder leiding van Jean de Chelles en Pierre de Montreuil, architect van de Sainte-Chapelle. Rond 1300 was het werk klaar.

Notre-Dame is de laatste van de grote kerken met tribunes en een van de eerste met steunbogen. Die waren dus nieuw en werden verlengd met een boord zodat het regenwater ver uit de buurt van de funderingen terechtkwam: de eerste waterspuwers.

Plechtigheden – Lang voor de voltooiing van de Notre-Dame vonden er al grote religieuze en staatkundige plechtigheden plaats. In 1239 schonk Lodewijk de Heilige de doornenkroon aan de kathedraal, in afwachting van de inwijding van de Sainte-Chapelle. In 1302 opende Filips de Schone er plechtig de eerste Staten-Generaal. Door de eeuwen heen volgden talrijke vieringen, herdenkingen, staatsbegrafenissen en een reeks historische hoogtepunten zoals de kroning van de jonge Hendrik VI van Engeland tot koning van Frankrijk in 1431, de opening van het proces tegen eerherstel van Jeanne d’Arc in 1455, de kroning van Maria Stuart, het vreemde huwelijk van Margareta van Valois, alleen in het koor, terwijl de bruidegom, hugenoot Hendrik van Navarra, bij de deur moest blijven (1572). Later raakte Hendrik ervan overtuigd dat ‘Parijs wel een mis waard is’ en woonde hij trouw de diensten in de kathedraal bij. In 1687 hield Bossuet er de grafrede voor de ‘grote Condé’. Later kreeg hij omwille van de veroverde vijandelijke Vlaamse vlaggen (door de maréchal de Luxembourg) de bijnaam ‘tapissier de Nette-Dame’.

Vernielingen – Het bouwwerk heeft in de loop der tijd ook menige verminkende ingreep ondergaan: afbraak van het doksaal door Mansart en Robert de Corte in 1699 (zogenaamde modernisering), verwijdering van de originele glasramen om meer licht toe te laten (18de eeuw), afbraak van het rniddenportaal door Soufflot in 1771, om plaats te maken voor de steeds grotere processiebaldakijnen.

Tijdens de Revolutie werden de beelden in de galerijen ~ verbrijzeld en werd de kathedraal eerst Tempel van de Rede en vervolgens Tempel van het Opperwezen. Alle klokken, behalve de grote, werden omgesmolten en binnen lagen levensmiddelen en veevoeder opgeslagen.

Op 2 december 1804, met wandtapijten aan de binnenmuren om het verval te verhullen, werd Napoleon er door paus Pius VII gezalfd (schilderij van de kroning door David in het Louvre), zeven jaar later volgde de doop van de koning van Rome.

Net als voorheen – De Notre-Dame is ternauwernood ontsnapt aan de opstand van de Commune en de bevrijding van Parijs. Nog steeds vinden hier grote historische evenementen plaats. Op 26 augustus 1944 werd het Te-Deurn onderbroken door een mislukte aanslag op generaal de GaulIe. De ontroerende requiemmis na zijn overlijden (12 november 1970), het magnificat van 31 mei 1980, gevolgd door de plechtige viering op het voorplein onder leiding van paus Johannes Paulus II, brachten vele mensen op de been.

Een paar cijfers

De Notre-Dame is 130 m lang, 48 m breed, 35 m hoog. Ze biedt plaats aan 6500 mensen.

Bekritiseerd maar nuttig

De werkzaamheden van Viollet-Ie-Duc en Lassus duurden tot in 1864. beeldhouwwerken en ramen werden grondig nagezien, uitbreidingen en aanbouwen afgebroken, het dak en de bovenste gedeelten gerepareerd, de deuren
en het koor gerestaureerd, een spits werd toegevoegd en een sacristie bijgebouwd.

Notre-dame-de-PARIS

Buitenzijde Voorplein

Haussmann zorgde met afbraakwerkzaamheden voor veel meer ruimte, waardoor de gevel nog beter tot zijn recht kwam dan voordien.
In de Middeleeuwen werden mysteriespelen opgevoerd op het voorplein van kerken en kathedralen, waarvan de deur dan de toegang tot het paradijs (‘paradis’) symboliseerde. Voor de Notre-Dame werden, omstreeks 1260, het Miracle de Théophile van de minnezanger Ruteufen, in 1452, het Vray mistère de la Passion van Arnoul Gréban, een omvangrijk literair werk dat 34.574 verzen telt, opgevoerd. Honderden amateur-acteurs namen deel aan het vier volle dagen durende schouwspel.

Crypte archéologique

Bij opgravingen onder het voorplein, over een lengte van 118 m, zijn sporen gevonden van bouwwerken uit de 3de tot de 19de eeuw. Interessant zijn vooral de twee GalloRomeinse vertrekken met vloerverwarming links van de ingang), de funderingen van de laat Romeinse vestingmuur, de kelders van huizen in de voormalige rue NeuveNotre-Dame, waaronder enkele middeleeuwse, de funderingen van een door Boffrand ontworpen weeshuis en een deel van die van de Église Ste-Geneviève-des-Ardents.

Voorgevel

Ondanks de drie ongelijke portalen heeft hij een majestueuze en evenwichtige aanblik.. Het middelste portaal is het grootste, op het linker staat een soort puntgeveltje. In de Middeleeuwen werd asymmetrie toegepast om eentonigheid te voorkomen. Toen zagen de portalen er overigens heel anders uit, met polychrome beelden tegen een goudkleurige achtergrond, als een soort stenen beeldroman van de Bijbel en heiligenlegenden die ook door ongeletterde kon worden gelezen.
De zes houten deurvleugels zijn voorzien van prachtige middeleeuwse smeedijzeren scharnieren. De hengsels van de middelste deur (waar tijdens processies het H. Sacrament doorheen gaat) zijn replica’s uit de 19de eeuw .

Portaal van de H. Maagd – Het bijzonder fraaie timpaan van dit portaal heeft gedurende de hele Middeleeuwen beeldenmakers tot voorbeeld gediend. Te zien is de Ark des verbonds met de profeten die het glorierijke lot van de Moeder van God voorspellen, en de koningen van wie zij afstamt. Daarboven een ontroerende voorstelling van het Ontslapen van de H. Maagd in aanwezigheid van Christus en de apostelen. Bovenin de Kroning van de H. Maagd, waarop Christus een scepter overhandigt aan zijn moeder, die door een engel wordt gekroond.
De booglijsten zijn versierd met gebladerte, bloemen en vruchten. De vier kordonlijsten dragen engelen, aarts vaders, koningen en profeten. Op de middelste steunpilaar is een modern beeld van Maria met Kind te zien Aan weerszijden van de deur en op de dagkanten zijn op kleine bas-reliëfs de bij elke maand behorende arbeid en de tekens van de dierenriem afgebeeld. De beelden op de dagen zijn van Viollet-le-Duc (19de eeuw) en stellen de H. Dionysius met twee engelen, Johannes de Doper en de H. Stefanus voor.

Portaal van het Laatste Oordeel – Het timpaan werd in 1771 door Soufflot verder uitgehouwen voor hei processiebaldakijn en Viollet-le-Duc zorgde voor de restauratie van de onderste twee lateien. Onderaan, de Wederopstanding. Daarboven het Wegen der Zielen: de goede worden door engelen naar de hemel geleid en de verdoemden door duivels naar de hel. In de spits is eet zittende Christus-Koning afgebeeld. De H. Maagd en Johannes de Doper doen een goed woordje voor verloren zielen.
De zes kordonlijsten stellen het hemelse gerecht voor met onderaan Abraham, die de rechtvaardigen links ontvangt en de verdoemde zielen in de gedaante van afschuwelijke duivels (rechts), als symbool van het  paradijs en de hel. De middelste steunpilaar is door Soufflot weggehaald, het Christusbeeld is 19de-eeuws.
De figuren op de dagkanten zijn van recente datum en stellen (links, voor de open deuren van het paradijs) de wijze en (rechts, voor de gesloten deuren) de dwaze maagden voor. Op de dagen zijn de apostelen van Viollet-
Duc te zien, met daaronder 13de-eeuwse medaillons daarin de zonden (onderrand) en de deugden (bovenrand)

Portaal van de H. Anna – De oudste beelden van de kerk. staan op de bovenste twee delen van het timpaan. Ze zijn van omstreeks 1160 – ongeveer zestig jaar ouder dan het bouwwerk zelf – en aanvankelijk duidelijk bestemd voor een smaller portaal. Een strak uitgevoerde
H. Maagd met Kind op een troon vertoont duidelijk romaanse kenmerken. Zij wordt vergezeld door twee engelen en de stichters van de kathedraal, bisschop Maurice de Sully (staand) en Lodewijk VII (knielend). Op de 12de-eeuwse latei zijn taferelen uit het leven van de H. Maagd te zien en daaronder haar ouders, de H. Anna en de H. Joachim (I3de eeuw).
Engelen, koningen en aartsvaders sieren de vier banden van de booglijsten aan weerszijden van het timpaan. Naast de deur zijn koningen, koninginnen en heiligen afgebeeld.
De steunberen tussen de deuren zijn gesierd met 19de-eeuwse beelden van de H. Stefanus, de Kerk, de geblinddoekte Synagoge en de H. Dionysius.

Galerij der Koningen – Boven de portalen Hier staan de beelden van 28 koningen van Judea en Israël, de voorvaderen van Christus. De oorspronkelijke werden in 1793 onthoofd door de Commune, die ze aanzag voor de koningen van Frankrijk (te zien in het Musée national du .Moyen Áge – hótel de Cluny). Viollet-Ie-Duc maakte nieuwe.

Roosvenster – De constructie van het roosvenster (bijna 10 m doorsnee) was destijds een gewaagde onderneming maar de verschillende onderdelen zitten al meer dan zeven eeuwen perfect op hun plaats. Het venster vormt als het ware een reusachtig aureool rond de door engelen geflankeerde Maria met Kind.
Voor de ramen aan weerszijden onder een ontlastingsboog staan Adam links) en Eva (rechts). Het geheel stelde de Verlossing na de Zondeval voor (reconstructie van Viollet-Ie-Duc).

Grote Galerij – Een prachtige bogenrij verbindt de onderkant van beide torens met elkaar. Op de hoeken van de steunberen van de balustrade boven de galerij bracht Viollet-le-Duc monsters, demonen en fabeldieren van flinke afmetingen aan, die vanaf de grond echter nauwelijks te zien zijn.

img1D

De Galerij der Koningen: verwoest tijdens de Commune, maar nu waken ze opnieuw over de Parijzenaars.

Torens

Ze rijzen 69 m boven de grond op. Met hun lange en smalle lancetopeningen (meer dan 16 m) doen ze vrij licht aan. In de rechtertoren hangt klok Emmanuel :13 ton), waarvan de klepel alleen al 500 kg weegt.
In de zuidertoren leidt een steile klim naar een prachtig uitzicht·” op de torenspits en de luchtbogen, SaintJulien-le-Pauvre, het Île de la Cité en de hele stad. De beroemde mythologische monsters en de klok boven de grote galerij zijn de aandacht waard. In de kapel van deze toren is een videofilm over de geschiedenis van de Notre-Dame te zien (duur: 15 min).

Noordzijde

Ooit stond hier het klooster van de kanunniken waaraan de rue du Cloitre-Notre-Darne zijn naam ontleent.
Het prachtige kloosterportaal werd omstreeks 1250 gebouwd door Jean de Chelles, die ervaring had opgedaan bij de bouw van de in 1248 voltooide Sainte Chapelle en dan ook ervoor zorgde dat er door de kruisbeuken zoveel mogelijk licht binnenviel. Het schitterend bewerkte, grote roosvenster rust op een rij vensters met maaswerk en vormt daarmee een immense 18 m hoge, bijzonder lichte en gewaagde opening die 13 m in diameter meet, en dus groter is dan het venster van de voorgevel dat er model voor stond. Het met vele gebeeldhouwde puntgeveltjes versierde portaal daaronder is aanmerkelijk rijker gedecoreerd dan de dertig jaar eerder aangebrachte deuren aan de westkant. Op de eerste van de drie boven elkaar geplaatste timpanen zijn taferelen uit het leven van Maria te zien, en op de twee daarboven scènes uit het leven van Theophilus die zijn ziel aan de duivel verkoopt, een geliefd onderwerp van de mysteriespelen uit die tijd. Maar de H. Maagd ontfutselt het contract aan de duivel waarna de bisschop het laat zien aan het volk. Bij het fraaie Mariabeeld op de middelste steunpilaar hoorde oorspronkelijk ook het Kind Jezus, dat onder de Restauratie verloren is gegaan. De zachte glimlach en nobele houding kenmerken dit 13de-eeuwse meesterwerk.
De rode deur van Pierre de Montreuil was uitsluitend bestemd voor leden van het kapittel. Op de booglijst (taferelen uit het leven van de H. Marcellus) wordt de Maagd door haar Zoon gekroond (timpaan) in aanwezigheid van een knielende Lodewijk de Heilige en zijn vrouw, Marguerite de Provence. Zeven 14de-eeuwse bas-reliëfs in de ondermuur van de koorkapellen stellen de dood van Maria en haar tenhemelopneming voor.

Apsis

Begin 14de eeuw werd de buitengewone versiering van de 15 m hoge steunbogen, ontworpen door Jean Ravy, aangebracht. Die overspanden de dubbele kooromgang en de tribunes en ondersteunden mee het schip op het drukpunt van de gewelven.
Van enige afstand is het dak uit de 13de eeuw te zien, met nog zijn originele skelet. Op de kruising bouwde Viollet-le-Duc de voormalige spits, die tijdens de Revolutie werd vernield. Maar liefst 500 ton eikenhout en 250 ton lood werden gebruikt zodat het gevaarte 90 m boven de grond uit stak. Hij was zelf ook niet bang om zich tussen de koperen Evangelisten en de Apostelen te begeven.

Zuidzijde

Voorbij de 19de-eeuwse sacristie bevindt zich het prachtige portaal van de H. Stefanus, dat op dat van het klooster lijkt, maar veel rijker is gebeeldhouwd. Helaas is het niet mogelijk om dit van dichtbij te bekijken. Jean de Chelles begon met de bouw in 1258 en Pierre de Montreuil voltooide het. Op het fraaie timpaan staat het leven en de steniging van de H. Stefanus, aan wie de kerk was gewijd die hier stond vóór de kathedraal. De beelden op de middelste steunpilaar (H. Stefanus) en de puntgevel (H. Marcellus) zijn 19de-eeuws, net als de meeste andere beelden van de booglijst. Onder aan de steunberen zijn op acht 13de-eeuwse bas-reliëfs taferelen uit het straat- en studentenleven te zien.

Interieur

De indeling en de constructie van het middenschip tonen de overhand van de Franse school aan het begin van de 13de eeuw. In het koor is zelfs nog gedurfder te werk gegaan. Daar zijn tekenen van een overgangsgotiek zichtbaar.
In de 13de en 14de eeuw werden de ramen, die de hoge tribunes aan het oog onttrokken, vergroot om de kapellen beter te kunnen verlichten. De tribunes werden verlaagd en om de drukpunten van de middenbeuk en de gewelven te ondersteunen, werden enkele steunbogen (geen dubbele) gebruikt. Zo rust de hele constructie op de buitenkant en wordt er binnenin zoveel mogelijk ruimte en licht behouden. Op de kruising is nog de 12de-eeuwse architectuur te zien (klein roosvenster en hoog venster). Indrukwekkende zuilen (5 m diameter) ondersteunen de torens.
In de ramen werd het middeleeuwse glas in lood in de 18de eeuw vervangen door helder glas met de Franse lelie, dat in de 19de eeuw weer plaats maakte voor grisailleglas. Le Chevalier maakte in (1965) opnieuw glas in lood op middeleeuwse wijze dat de oude kleurenschema’s volgde.
Het in 1992 gerestaureerde orgel is het grootste van Frankrijk (concerten ‘s zondags om 17.45 u). Drie organisten, onder wie Pierre Cochereau, bespelen het.

Kapellen

Rond de Notre-Dame ligt een krans van kapellen die in de ~ 13de eeuw tussen de steunberen werden gebouwd, omdat gilden en vermogende families een eigen kapel wilden. De dwarsbeuken moesten daarvoor zelfs worden verlengd. Links liggen de grafstenen van een kanunnik uit de 15de eeuwen van kardinaal Amette.

Transept

Dankzij de stevigheid die de gotische ontwikkelingen boden, zijn de prachtige glasramen van het transept uitzonderlijk breed en licht.
Op het sinds de 13de eeuw vrijwel intact gebleven roosvenster aan de noordkant is Maria omringd door figuren uit het Oude Testament. In het gerestaureerde venster aan de zuidkant troont Jezus te midden van heiligen en engelen.