Quasimodo leeft

Quasimodo leeft! – Victor Hugo en de wedergeboorte van de middeleeuwen
Toen zich tijdens de trois glorieuses, de drie glorierijke dagen van 28-30 juli 1890 toen de hele natie (met uitzondering van de adel) in opstand kwam tegen het regime van Karel X (1824- 18301- dat als achterhaald en onderdrukkend werd beschouwd, de oude geest van de revolutie in Parijs nog een keer zijn kop opstak en burgers, arbeiders en intellectuelen samen de barricaden optrokken, werkte Victor Hugo teruggetrokken en geconcentreerd aan een grote historische roman. AI een paar maanden later, in februari 1831, werd het vijfhonderd bladzijden dikke werk onder de titel Notre-Dame de Paris uitgebracht.

Portrait-Of-Victor-Hugo-$281802-85$29,-C.1833

Louis Boulanger – Portrait of Victor Hugo 1833

Het was bijna direct een ongekend succes en beleefde nog geen jaar later al de achtste druk, die uitgebreid was met drie extra hoofdstukken. De tragische geschiedenis van de gebochelde klokkenluider Quasimodo, door Hugo gesitueerd in het Parijs van de late 15e eeuw de overgang van de middeleeuwen naar de nieuwe tijd is nog altijd wereldberoemd. Dat is ten dele te danken aan de talloze verfilmingen (tot aan een tekenfilmversie uit de Disneystudio’s toe) en musicals, die stuk voor stuk geproduceerd werden onder de naam De klokkenluider van de Notre-Dame. De veelal commerciële adaptaties die zich concentreren om de tragische liefde van een kreupele gebochelde en een mooie zigeunerin, hebben helaas Hugo’s complexe vertelstructuur en de ware betekenis van zijn werk maar de achtergrond verdrongen. Notre-Dame de Paris markeerde het hoogte en eindpunt van de historische roman van de Franse romantiek en Hugo wilde er vroeger tijden weer levendig en ‘leesbaar’ mee maken. Het verhaal voert de lezer terug naar het labyrint van overvolle stegen van Parijs, lang voordat Haussmann zijn enorme boulevards creëerde.

 

boudin Quasimodo
Quasimodo kopergravure van Lainé

In het middelpunt, zowel topografisch als thematisch, staat de gotische kathedraal als belichaming van een verbindend
en bindend waardesysteem. Hugo’s moeizame relatie met het katholicisme komt daarbij op velerlei manieren tot uitdrukking. De Notre-Dame fungeert hier als schuilplaats maar ook als gevangenis, als een vrije maar ook benauwende plek. Hier leeft de eenogige en gebochelde Quasimodo, een groteske misgeboorte, die als klokkenluider zijn boterham verdient. Ais een fabelwezen, een tussenvorm van mens en dier, uiterlijk afschrikwekkend maar ook diep ontroerend in zijn naïviteit, huist hij in de torens van de kerk, beschermd voor een maatschappij die elke afwijking van de norm met bittere hoon en minachting afstraft. De kerk wordt beheerd door de duistere diaken Claude Frollo; zijn hartstochtelijke liefde voor de mooie Esmeralda doet hem in een boosaardige intrigant en moordenaar veranderen en heeft uiteindelijk de dood van zijn aanbedene tot gevolg.
Zij, die haar liefde onvoorwaardelijk schenkt aan de jonge, roekeloze en oppervlakkige kapitein Phoebus die haar toch werkelijk niet verdient, wordt als heks en moordenares veroordeeld, gefolterd en op Place de Greve opgehangen. Daaraan kan ook de reddingspoging van Quasimodo die zich in dankbaarheid en oprechte liefde met haar verbonden voelt, niets veranderen. Hij aanbidt haar sinds zij hem, toen een honende menigte hem in een hoek drong en met de zweep te grazen nam, liefdevol een slok water aanbood. De hoofdmotieven van dit romantische melodrama zijn de hulpeloosheid van het individu ten aanzien van zijn onvermijdelijke lot, het gevoel overgeleverd te zijn aan de eigen, oncontroleerbare gevoelens en de onberekenbare kracht van de kerk, het recht en het gepeupel.

MG_6998

Le stryge (‘de vampier’)

Het schildert met sterk oog voor detail de levensgeschiedenis van de protagonisten en verweeft vernuftig hun lot. De zuiverhuid en onschuld die zowel door de lelijke verschijning van Quasimodo als door de mooie Esmeralda wordt belichaamd, kan zich niet handhaven tegenover het kwaad en de intrige; toch vormen deze kwaliteiten de innerlijke, goede kern van de mens en de onaantastbare waarborg voor individuele vrijheid tegenover de eisen van de maatschappij. De politieke dimensie van deze historische roman ging in Hugo’s tijd gepaard met de hoop op een cultuur van vrijheid – een hoop die zich leek te verwezenlijken in de opstanden van juli 1830 maar na de benoeming van de zogeheten burgerkoning Lodewijk Filips al snel uiteenspatte.
Victor Hugo streed actief voor zijn politieke overtuiging en moest in 1851 als balling naar Groot-Brittannië vluchten. Pas na de instorting van de monarchie in 1870 keerde hij naar Parijs terug. ‘Mijn leven is in twee woorden samen te vatten,’ schreef hij niet lang daarna als zeventigjarige in Choses vues, ‘solidair en solitair.’